Bijniertumor
De bijnieren zijn kleine klieren die boven beide nieren liggen. Ze bestaan uit een schors (buitenkant) en een merg (binnenkant) en maken belangrijke hormonen aan voor de stofwisseling en bloeddruk. Uit de bijnier kunnen verschillende, meestal goedaardige tumoren ontstaan.
Bijnierkanker of bijnierschorscarcinoom is een zeldzame, kwaadaardige variant waarbij kankercellen zich vormen in de buitenste laag van de bijnier. Tumoren in het merg heten feochromocytomen en zijn in ongeveer 10% van de gevallen kwaadaardig.
Patiëntenfolders
Meer weten over bijniertumor
Bijnierkanker of bijnierschorscarcinoom is een zeldzame, vaak levensbedreigende ziekte. Per jaar komen in Nederland 20 tot 30 gevallen voor. Bij deze kwaadaardige variant vormen de kankercellen zich in de buitenste laag van één van de bijnieren.
Tumoren die ontstaan in het merg van de bijnier worden feochromocytomen genoemd. Deze tumoren kunnen zowel goed- als kwaadaardig zijn, maar kunnen altijd gepaard gaan met hevige symptomen. Een feochromocytoom komt voor bij ongeveer 500 Nederlanders per jaar. Hiervan is ongeveer 10% kwaadaardig.
Een goedaardig gezwel in de bijnier wordt vaak bij toeval ontdekt. Bij grotere tumoren kunnen klachten ontstaan door druk op omliggende organen of bloedvaten.
Bij een groot deel van de patiënten met bijnierkanker zorgen kankercellen voor een te hoge productie van bepaalde hormonen, meestal cortisol. Dit kan leiden tot een hoge bloedsuikerspiegel en hoge bloeddruk. Mogelijke klachten zijn:
aankomen in gewicht
rond, gezwollen gezicht (vollemaansgezicht)
een dunne, kwetsbare huid
slechte genezing van wonden
psychische verschijnselen
verlies van spierkracht, voornamelijk in de benen
Bij vrouwen kan de menstruatie veranderen of onregelmatig worden.
Te veel van het hormoon aldosteron kan zorgen voor een verhoogde bloeddruk en een laag kaliumgehalte in het bloed. Klachten die daarbij kunnen horen zijn moeheid, spierklachten, hoofdpijn en veel plassen. Soms maakt de tumor te veel geslachtshormonen. Dit kan bij vrouwen zorgen voor meer lichaamsbeharing. Bij mannen kan het zorgen voor verlies van lichaamshaar en ontstaan van borstvorming. Een feochromocytoom kan een hoge bloeddruk veroorzaken. Ook kunt u aanvallen krijgen van zweten, hartkloppingen en een gejaagd gevoel.
Kleine adenomen zonder hormoonoverproductie hebben vaak geen behandeling nodig, maar worden gecontroleerd op groei of verandering. Bij grotere of hormoonproducerende adenomen kan een operatie worden overwogen, waarbij de volledige bijnier wordt verwijderd.
De belangrijkste behandeling van het kwaadaardige bijnierschorscarcinoom is een operatie waarbij de hele tumor wordt verwijderd. Als de tumor hormonen produceert, is het soms nodig om vóór de operatie mitotaan-tabletten te nemen. Wanneer u een hoog risico heeft op terugkeer van de ziekte, wordt u na de operatie ook behandeld met mitotaan.
Als een operatie niet mogelijk is, bestaat de behandeling uit een combinatie van mitotaan en chemotherapie.
Bij bijnierkanker wordt meestal eerst het EDP‑schema gebruikt.
Dit is een behandeling met drie soorten chemotherapie: etoposide, doxorubicine en cisplatine.
Bij dit schema krijgt de patiënt elke vier weken, vier dagen achter elkaar chemotherapie.Als deze behandeling niet goed werkt, kan worden gekozen voor een andere vorm van chemotherapie, met de medicijnen gemcitabine en capecitabine.
Voor feochromocytomen is een operatie de belangrijkste behandeling. Hierbij krijgt u vooraf medicatie (doxazosine) voor de bloeddruk. Bij kwaadaardige feochromocytomen volgt mogelijk ook nucleaire therapie of chemotherapie.
Gerelateerde behandelingen
Afdelingen
Expertisecentrum & Topklinische functie
Bijnierkanker is een zeldzame vorm van kanker. Daarom worden patiënten zoveel mogelijk in gespecialiseerde ziekenhuizen behandeld. Het Máxima Oncologisch Centrum is zo'n gespecialiseerd expertisecentrum voor bijniertumoren voor patiënten in Zuidoost-Nederland en werkt ook als doorverwijscentrum voor patiënten uit andere ziekenhuizen.
Alle benodigde disciplines, betrokken bij de zorg voor bijniertumoren, zijn in het Máxima Oncologisch Centrum aanwezig. U kunt dan denken aan een endocrinoloog, internist-oncoloog, chirurg, patholoog, radioloog, allen gespecialiseerd op het gebied van bijniertumoren.
Het expertisecentrum erkend als topklinische functie door het ministerie van VWS en door de Stichting Topklinische Ziekenhuizen