14 mei 2019

Vraag & antwoord: immunotherapie bij longkanker

Vraag & antwoord: immunotherapie bij longkanker

Longarts Maggy Youssef-El Soud behandelt, samen met een team van deskundigen, patiënten met longkanker. Afhankelijk van het stadium van de ziekte en het type kanker worden samen met de patiënt één of meerdere behandelingen bepaald. Immunotherapie is één van de (nieuwste) behandelmogelijkheden.

Wat is immunotherapie?

Youssef-El Soud: “Immunotherapie is een behandeling met medicijnen, die het natuurlijk afweersysteem helpt om kankercellen te herkennen en vernietigen. Naast chemotherapie, bestraling en een operatie is het een behandelmogelijkheid bij longkanker.”

Hoe werkt het precies?

“Ons lichaam beschikt over een afweersysteem, wat ervoor zorgt dat het lichaam zich kan verdedigen tegen indringers (bacteriën, virussen, gifstoffen en parasieten) waar we ziek van kunnen worden. Het afweersysteem is ook in staat om kankercellen te herkennen en te vernietigen. Het kan echter voorkomen dat ze niet allemaal worden vernietigd, doordat kankercellen signalen kunnen versturen die de werking van het afweersysteem onderdrukken. In dat geval kunnen de cellen uitgroeien tot een tumor. Om dit tegen te gaan, kan het afweersysteem gestimuleerd worden om zich tegen de tumor te verweren. Geneesmiddelen met deze functie worden ook wel immunotherapie genoemd.”

Waarin verschilt immunotherapie van andere behandelingen?

“Behandelingen tegen kanker zijn bijna altijd direct gericht op tumoren. Immunotherapie werkt anders. Het richt zich niet op de tumor, maar op het versterken van het afweersysteem, zodat het weer in staat is om kankercellen te herkennen en aan te vallen.”

Voor welke patiënten is het geschikt?

“In Máxima MC wordt immunotherapie voornamelijk toegepast bij patiënten met gevorderde en uitgezaaide niet-kleincellige longkanker. Genezing is bij hen meestal niet meer mogelijk. De longarts bespreekt met de patiënt of hij of zij in aanmerking komt. Dat is van meerdere factoren afhankelijk, zoals het tumortype, het stadium van de ziekte en de conditie van de patiënt. Iedere patiënt wordt besproken in ons tweewekelijks, multidisciplinair overleg (MDO). Alle zorgverleners die met immunotherapie te maken hebben, zijn daarin vertegenwoordigd: longartsen, oncologen, verpleegkundig specialisten, een dermatoloog, MDL-arts, apotheker, apothekersassistent, en indien noodzakelijk andere specialisten. Er wordt onder andere besproken of de patiënt in aanmerking komt voor de behandeling. Daarnaast bespreekt men ook de complicatie van de behandeling met immunotherapie.

Immunotherapie wordt breed ingezet in de behandeling van longkankerpatiënten: als eerste of als opeenvolgende behandeling, in combinatie met chemotherapie en eventueel in verband met onderhoudstherapie en in studieverband. MMC heeft een goed uitgebreid wetenschappelijk team voor onderzoeken binnen de longoncologie.”

Wat is het doel?

“Omdat genezing bij deze patiëntengroep meestal niet meer mogelijk is, gaat het altijd om verlenging van het leven met behoud van een (redelijk) goede kwaliteit van leven. Hierdoor kan longkanker – één van de meest dodelijke vormen van kanker – een chronische ziekte worden. En dat is een goede ontwikkeling.”

Hoe verloopt de behandeling?

“Patiënten krijgen immunotherapie toegediend via een infuus. De longarts en verpleegkundig specialist houden contact met de patiënt en bespreken hoe het met hem of haar gaat. Ook vinden er regelmatig bloedonderzoeken en CT-scans plaats, om te zien of de patiënt baat heeft bij de behandeling. Na de startfase kan de rest van de behandeling eventueel thuis plaatsvinden. Immunotherapie wordt maximaal twee jaar achter elkaar toegediend. Ondertussen en erna blijven er uiteraard controles plaatsvinden.”

Wat zijn de bijwerkingen?

“Ieder medicijn heeft bijwerkingen, óók immunotherapie. Door immunotherapie leert het afweersysteem de tumor herkennen als lichaamsvreemd. In sommige gevallen wordt niet de kanker, maar worden juist de eigen organen als lichaamsvreemd gezien. Daardoor ontstaat er een afweerreactie tegen het eigen lichaam. Dit noemen we een auto-immuunreactie. Deze reactie kan zich op alle organen richten, zoals de huid, darmen, longen, het hart, de gewrichten, ogen en onze zenuwen. Het kan resulteren in bijvoorbeeld diarree, huidafwijkingen en extreme vermoeidheid. Over het algemeen zijn de bijwerkingen goed te behandelen.”