Longkanker

Bij kanker is er sprake van een ongecontroleerde deling van lichaamscellen. De cellen kunnen niet meer stoppen met delen en groeien in omliggende weefsels. Soms zaaien ze uit naar andere delen van het lichaam. Longkanker is een kwaadaardige tumor die uitgaat van de longen en/of de luchtwegen. Per jaar komen er in Nederland ongeveer 12.000 nieuwe longkankerpatiënten bij.

Oorzaak

Het ontstaan van longkanker is in het overgrote deel van de gevallen geassocieerd met roken maar komt in ongeveer 15% voor bij mensen die nooit gerookt hebben. Het inademen van fijnstof of het werken met schadelijke stoffen kan ook longkanker veroorzaken. Door het langdurig inademen van schadelijke stoffen in sigarettenrook verandert het genetische materiaal van de cellen in de longen. Hierdoor wordt de celdeling verstoord en kunnen de cellen gaan woekeren. Ook het mechanisme om deze ‘foute cellen’ op te ruimen wordt aangetast door de schadelijke stoffen. De ontstane kankercellen kunnen daarom ongehinderd groeien. Vaak verplaatsen deze kankercellen zich via de lymfeklieren en de bloedbaan naar andere delen van het lichaam. Zo ontstaan uitzaaiingen van longkanker. Longkanker is niet erfelijk.

Patiëntervaring longkanker

patiëntervaring longkanker

‘Ik was zo blij dat de tumor weggehaald werd’

Lees de ervaring met longkanker van Henny van der Linden.

Soorten longkanker

Bij longkanker worden er verschillende vormen onderscheiden:

  • niet-kleincellig longkanker (85%)
  • kleincellig longkanker (15%)
  • longvlieskanker oftewel: mesothelioom, gerelateerd aan blootstelling in het verleden aan asbest

Deze indeling is gebaseerd op de soort cellen waaruit de tumor bestaat. Bij elke vorm van longkanker is er verschil in de manier waarop en het tempo waarin de tumor groeit, en daarnaast ook de mate waarin uitzaaiingen kunnen optreden. Het type en stadium van de longkanker spelen een belangrijke rol bij de keuze van behandeling. Niet-kleincellig wordt van kleincellig longkanker onderscheiden door hoe de kankercellen er onder de microscoop uit zien.

Niet-kleincellig longkanker

Niet-kleincellig longkanker bestaat uit relatief grote cellen ten opzicht van rode bloedcellen. Dit wordt weer onderverdeeld in het plaveiselcarcinoom, het adenocarcinoom (dit subtype komt het meest voor) of het grootcellig carcinoom.

Kleincellig longkanker

Ongeveer 15% van patiënten heeft het kleincellig type. Kleincellig longkanker gedraagt zich meestal anders; de relatief kleine tumorcellen delen zich heel snel en verspreiden zich daarom ook sneller door het lichaam.

Mesothelioom

Mesothelioom is een kwaadaardige tumor die meestal in het borstvlies ontstaat. Het borstvlies is een vlies dat tussen de ribben en de longen zit. De oorzaak van mesothelioom is bijna altijd blootstelling aan asbest. Daarom heet deze ziekte ook wel asbestkanker. Asbest is een materiaal dat vroeger veel gebruikt werd in de bouw van woningen en andere bouwwerken. De meeste mensen met mesothelioom zijn dan ook mannen die in de bouw, zware industrie of op een scheepswerf hebben gewerkt.

Symptomen

  • verandering in het hoestpatroon of aanhoudende hoest;
  • bloed in opgehoest slijm;
  • kortademigheid;
  • vaak terugkerende longontsteking, die maar niet overgaan, ook niet met antibiotica;
  • aanhoudende heesheid;
  • zeurende pijn in de borststreek, rug of in het gebied van de schouders;
  • zwelling van gezicht of nek.

Onderzoek en diagnose

Als iemand door de huisarts wordt doorgestuurd naar het ziekenhuis, is het moeilijk in te schatten wat er daarna allemaal volgt. Eerst moet een diagnose gesteld worden waar vaak meerdere onderzoeken voor nodig zijn. Afhankelijk van de gestelde diagnose wordt er dan een individueel behandelplan opgesteld in samenspraak met de patiënt en diens naasten.
In het geval van longkanker is het wenselijk dat er snel gehandeld wordt. In een zorgpad worden dan de eventuele behandelmogelijkheden vastgesteld. De weg leidt via verschillende kruispunten, waar iedere keer een nieuwe keuze gemaakt moet worden. Bij verdenking op longkanker wordt er binnen één á twee werkdagen een afspraak gepland in het Máxima Oncologisch Centrum.

Op dag 1: gesprek met de longarts, lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek. Hierna wordt een PET/CT-scan gedaan om de verdachte afwijking en mogelijk andere afwijkingen in beeld te brengen.
Op dag 2: voert de longarts een bronchoscopie uit. Met behulp van een flexibele slang worden de luchtwegen bekeken. Er kan een stukje weefsel of cellen weggenomen worden voor onderzoek.

Op dag 4: is de (voorlopige) uitslag bekend. De longarts bespreekt de uitslag die tot dan toe bekend is met de patiënt. Vaak is nader onderzoek nodig zoals aanvullende scans of een hernieuwd kijk-onderzoek in de luchtwegen met een echo-apparaat. Eventueel afgenomen weefsel wordt onderzocht door de patholoog; de uitslag van dat onderzoek kan dan wat langere tijd in beslag nemen.

Onderzoeken

Bloedonderzoek
PET-scan
CT-scan
Bronchoscopie
Longfoto
Hartfilmpje
Echografie thorax
Botscan

Uw behandelend arts bepaalt altijd in overleg met u welke onderzoeken er nodig zijn voor het stellen van de juiste diagnose en het opstellen van een behandelplan. De bovengenoemde onderzoeken kunnen, maar hoeven niet toegepast te worden.

Neem contact met ons op

Multidisciplinair team longkanker

Het Máxima Oncologisch Centrum kent een multidisciplinaire werkwijze. Dat betekent dat alle specialismen die nodig zijn om de juiste diagnose te stellen en de meeste effectieve behandeling te geven, zeer nauw met elkaar samenwerken. Zij overleggen gedurende het hele behandeltraject met elkaar over de voortgang van de behandeling. Specialisten binnen het Máxima Oncologisch Centrum zijn veelal gespecialiseerd in een bepaalde tumorsoort waardoor zij beschikken over kennis van de laatste stand van zaken op hun eigen vakgebied.

Binnen het multidisciplinair overleg (MDO) – dat wekelijks plaatsvindt-, bepreekt de longarts de situatie van de patiënt met een team dat bestaat uit longartsen, de radioloog, de nucleair geneeskundige, de radiotherapeut (bestralingsarts), de chirurg, de patholoog, en een academische longarts van het Maastricht UMC+ en de verpleegkundig specialisten. Hier wordt het definitieve stadium van longkanker en de best passende behandeling besproken. Daarna gaat de longarts met de patiënt in gesprek om te behandelmogelijkheden te bespreken.

Behandelteam

 

dr. Youssef-El Soud
Henten, dhr. M.J. van Janssen, dhr. J.D.J. Youssef-El Soud, mw. M.

Omdat de diagnose kanker veel vragen en onzekerheden bij patiënt of naasten teweeg kan brengen, zorgen we voor goede begeleiding gedurende het hele zorgtraject door een verpleegkundig specialist. Zij is het contactpersoon en neemt onder supervisie een deel van de zorg over van de medisch specialist. Tijdens de zorg is de verpleegkundig specialist aanspreekpunt voor de patiënt en diens naasten.

  • Anouk van Limpt
  • Yvonne Wijnholds

Behandeling

Voor de keuze van de behandeling is het essentieel dat vastgesteld wordt om wat voor soort/type longkanker het gaat, de grootte van de tumor, of de ziekte zich beperkt heeft tot de long of zich heeft verspreid naar lymfeklieren of andere organen. Dit noemen we het stadium van de ziekte en wordt bepaald aan de hand van de zogenaamde TNM-classificatie (T: grootte van de tumor, N: welke lymfeklieren in de borstholte zijn wel of niet aangetast, M: zijn er aanwijzingen voor uitzaaiingen in andere organen buiten de borstkas). Ook is de lichamelijke conditie bij het bepalen van de behandeling belangrijk.

Op het gebied van longkanker wordt er steeds meer per individuele patiënt op celniveau gekeken wat de meest geschikte behandeling is. Zo is het belangrijk om te weten of een longtumor een mutatie bevat. Mutaties zijn veranderingen in het erfelijke materiaal (DNA) van een cel. MMC biedt altijd de meest nieuwe behandelingen aan.
Stadia longkanker met de daarbij behorende behandeling:

Longkanker stadium 1

Stadium I en II

In stadium I is er een tumor in een long zonder uitzaaiing. Bij stadium II is de tumor groter of er zijn kankercellen aanwezig in de lymfeklieren van de longen. Zowel in stadium I als II kan gekozen worden voor een operatieve behandeling of bestraling. Bij een operatie wordt de longkwab of de hele long verwijderd. In de regel wordt de longkwab waar de tumor zit verwijderd. Afhankelijk van de tumorlocatie wordt soms meer dan één kwab verwijderd, soms zelfs een hele long. Naast verwijdering van de long(kwab) worden ook de lymfeklieren die bij de long(kwab) horen verwijderd, alsmede de lymfeklieren rond de luchtpijp en slokdarm. Het doel van het verwijderen van de lymfeklieren is deze te onderzoeken op kleine uitzaaiingen.

longkanker stadium 2In Máxima Medisch Centrum wordt het aangedane longdeel via een kijkoperatie (VATS) verwijderd. In principe worden alle longkankeroperaties tegenwoordig via VATS verricht. Doorontwikkeling van de VATS-techniek in MMC heeft het mogelijk gemaakt om de volledige kijkoperatie via een kleine snede van maximaal vier centimeter te verrichten. Dit heeft grote voordelen voor de patiënt met betrekking tot de hersteltijd en eventuele pijn na de operatie. Als een VATS niet mogelijk is, wordt een thoracotomie gedaan waarbij via een grotere snee de borstkas tussen twee ribben door open wordt gemaakt.

Daarnaast wordt er vaak stereotactische bestraling gedaan. Dit is een vorm van uitwendige bestraling met een hoge dosering waarbij de tumor met smalle stralenbundels vanuit vele verschillende kanten zeer nauwkeurig bestraald wordt.

Na afronding van de behandeling wordt de patiënt besproken in het multidisciplinaire overleg en wordt er een eventuele aanvullende chemotherapie vastgesteld. Vervolgens heeft de longarts een gesprek waarin de uitslag besproken wordt.

Stadium III

longkanker stadium 3Bij stadium III zijn er kankercellen aanwezig in de lymfeklieren tussen de longen of boven het sleutelbeen. Vaak wordt gekozen voor een combinatie van de behandelmogelijkheden: chemotherapie én radiotherapie. Bij chemotherapie wordt een medicijn toegediend dat een celdodend effect heeft en de celdeling remt. Tussen iedere kuur zit een ‘pauze’ van drie weken. De meeste patiënten krijgen drie of vier chemokuren. Na iedere behandeling gaat de patiënt naar huis. Bij radiotherapie worden door middel van straling kankercellen vernietigd. De behandeling vindt plaats in het Catharina Ziekenhuis.

Na behandeling krijgen patiënten eerst een CT-scan om het resultaat van de behandeling te beoordelen.

Stadium IV

Bij stadium IV zijn er uitzaaiingen in andere organen. Dit betekent dat genezing niet meer mogelijk is. De behandeling is gericht op het verminderen van klachten. Dit noemen we de palliatieve fase. In de palliatieve fase wordt met behandeling geprobeerd om de ziekte zoveel mogelijk te remmen en de kwaliteit van leven te behouden of verbeteren. Van niet-kleincellig longkanker bestaan verschillende subtypen met ieder een eigen behandeling. Afhankelijk van de kenmerken van het tumorweefsel wordt bepaald of de patiënt in aanmerking komt voor:

  • longkanker stadium 2

    Immunotherapie: dit is een behandeling met medicijnen via het infuus, die het natuurlijke afweersysteem helpt om kankercellen te herkennen en te vernietigen. Het stimuleert de natuurlijke afweerreactie van het lichaam tegen kankercellen. Bij de behandeling met immunotherapie wordt steeds nauwkeurig gekeken of het immuunsysteem niet andere organen gaat aanvallen.

  • Doelgerichte therapie: Als de longtumor bepaalde mutaties bevat, wordt er doelgerichte therapie gestart. Mutaties zijn dus veranderingen in erfelijk materiaal (DNA) van een cel. Dit is vaak een mutatie waardoor de kankercellen kunnen groeien en delen. Tegen diverse mutaties zijn inmiddels heel specifieke medicijnen ontwikkeld Deze therapie wordt doelgerichte therapie genoemd, omdat hiermee de kankercellen met bepaalde eigenschappen gericht kunnen worden behandeld. Dit in tegenstelling tot chemotherapie die op alle zich delende lichaamscellen werkt en waarmee ook gezonde cellen kunnen worden vernietigd. Doelgerichte therapie bestaat uit tabletten.
  • longkanker stadium 4Chemotherapie: er wordt een medicijn (ook wel cytostaticum genoemd) via een infuus toegediend dat een celdodend effect heeft en de celdeling remt. Tussen iedere kuur zit een ‘pauze’ van drie weken. De meeste patiënten krijgen in totaal drie of vier chemokuren.

Bij niet-kleincellig longkanker stadium IV kunnen bovenstaande behandelmogelijkheden alle drie een optie zijn. Dit is afhankelijk van het stadium van de ziekte, het al of niet aangetoond zijn van een mutatie en – heel belangrijk – de conditie van de patiënt. Bij kleincellig longkanker is chemotherapie de enige optie.

Twee tot drie weken na afronden van de behandeling krijgt de patiënt een CT-scan om het resultaat van de behandeling te beoordelen. Hierna volgt controle/follow-up bij de longarts en waar nodig bij de verpleegkundig specialist.

Neem contact met ons op

Ondersteunende zorg

De diagnose kanker heeft een enorme impact op het leven. Lichamelijk, psychisch en sociaal kan de ziekten veel gevolgen hebben. In het Máxima Oncologisch Centrum (MOC) steken we daarom naast de medische behandeling veel tijd en energie in thema’s rondom de behandeling. We maken het verschil door persoonlijke aandacht en ondersteunende zorg bij kanker te bieden. De juiste zorg op de juiste plek kan een groot verschil maken in het doorstaan van de ziekte.

Revalidatie

Patiënten worden gestimuleerd om voor, tijdens en na de behandeling actief te blijven. Daar waar wenselijk, krijgen patiënten een speciaal herstelprogramma aangeboden om hun lichamelijke en eventuele psychische gesteldheid te verbeteren.

Jaarlijkse controle

Tot vijf jaar na de behandeling wordt de patiënt regelmatig gecontroleerd middels een longfoto of een CT-scan van de longen om vroegtijdig nieuwe (behandelbare) tumoren op te sporen.

Palliatieve zorg

Ongeneeslijk zieke patiënten krijgen regelmatig maken met klachten als gevolg van de ziekte. Soms is het alleen nog maar mogelijk om de pijn te verlichten en andere klachten te behandelen. Op alle momenten kan ondersteuning in de palliatieve zorg geboden worden. Een palliatief verpleegkundige en een gespecialiseerd arts brengen klachten in kaart, bieden ondersteuning en bespreken de vragen en behoeften, daar waar nodig.

Tot 2020 is het Máxima Oncologisch Centrum weer aangewezen als centrum waar de zorg voor patiënten met kanker in de laatste fase van het leven sterk geïntegreerd is. De accreditatie ‘ESMO Designated Center of Oncology and Palliative Care’ is een speciale erkenning voor kankercentra waar oncologische en palliatieve zorg van een hoog niveau geleverd wordt. Máxima Medisch Centrum (MMC) is hiermee één van de weinige Nederlandse ziekenhuizen die deze accreditatie heeft.

Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek is een belangrijk item in MMC. We nemen deel aan veel studies. Hierdoor wordt er altijd bij elke patiënt gekeken of diegene geschikt is voor eventuele deelname aan onderzoek zodat waar mogelijk nieuwe en betere behandelingen gegeven kunnen worden en de meest optimale zorg geboden wordt; kijkende naar de individu.